-
Twee vingers van de horizon Tweet
January 24, 2011
Om het zeeforel virus nog een beetje extra aan te wakkeren heb ik van Jan Huyghe, een heel intensive en fanatieke zeeforel visser een heel mooi verslag ontvangen van een prachtige visavond. Een avontuur of beleving die veel mensen zullen herkennen.
Het Deense eiland Ærø, zomer 2009.
Met vrouw, kinderen en een hengel of twee zijn we er op bezoek bij Deense vrienden. Als het programma het toelaat bepak ik om een uur of 7 ’s avonds de fiets en peddel naar één of andere stek aan de kust. Enkele gepen en kleine gulletjes de eerste dagen, geen zeeforel.Op een namiddag maken we een wandeling langs de zee, we komen bij enkele kleine rifjes en bochtjes, “hier moet ik vanavond zijn, hier ruikt het naar vis, hier vang ik straks zeeforel”.
Die avond zien de rifjes er nog beter uit, ik ben ruim op tijd en alleen, de wind staat goed, het water helder, hier en daar een proefworp en zo dadelijk ga ik beginnen, daar op dat grootste puntje, ik wandel er op mijn gemak naar toe. Achter me hoor ik iemand over de keien sjokken, ik kijk om; een hengelaar, mét hond, zijn stap is doelbewust en vastberaden, zijn bestemming is onmiskenbaar -dat voel ik, dat vrees ik- hetzelfde puntje, ‘mijn’ rifje… Ik kuier door, zo achteloos als ik kan, en vat post op het puntje. Als ik nu werp betekent dat zoveel als de stek claimen, afsnoepen van een “local” waarschijnlijk, en dat is er over. Ik wacht tot de man en z’n hond bij me zijn.
“Havørred?”. Ja, ik ben hier voor zeeforel
“Gisteren had ik er hier twee, en negen gemist!” vertelt hij enthousiast naar het rifje wijzend. Die twee, dat geloof ik wel. Die negen? Ik had ze ook al gevoeld, én soms gevangen: “geep”, denk ik. We maken verder kennis, zijn naam is Jan en zoals de meeste vliegvissers die je langs de Deense kusten ontmoet is Jan sympathiek genoeg om een stek mee te delen. Ik nodig hem dan ook uit om samen op het door ons beide uitverkoren stekje te vissen.
Jan vist niet met de vliegenhengel. Aan zijn spinhengel bengelt een grote pattegrisen onder een werpdobber. “Ik heb nog nooit een zeeforel zien vangen aan de vliegenhengel”, zegt hij, zonder te beseffen dat hij me raakt in mijn trots. “We zijn nog wat vroeg”, zegt Jan, “als de zon nog twee vingers boven de horizon staat, dan begint het”. We nemen wat afstand, ieder 15 meter langs een zijde van het rifje en beginnen.
Als ik met uitgestrekte hand 2 vingerbreedtes meet tussen zon en horizon vangt Jan inderdaad twee zefo’s op rij. Ik, met de vliegenhengel, krijg geen beet. De local werpt zijn bombetta over het rifje heen en ik krijg het vervelende gevoel dat hij ook ‘mijn’ water afvist. Ik verkas 60 meter verder naar het volgende puntje en vang terwijl het donker wordt twee zefo’s, eentje van 49 cm en eentje van 52 cm. Jan heeft het niet gemerkt, hij zwaait in de verte met de hand als hij vertrekt, hij gaat vanavond nog werken, bij een bakkerij.
De volgende avond sta ik er weer, veel te vroeg, Jan is er niet. De wind staat zuidwest, net als gisteren, perfect, ik ben er gerust in. Ik struin wat langs het strand, zoek wat fossielen maar vind er geen, ik probeer geen haast te hebben, 2 vingers, je weet wel. Dan, tot mijn verbijstering, ruimt de wind snel naar noordwest, bijna op kop en op de rechterschouder. Het strandwater woelt en wordt troebel, de kommetjes worden heel donker. Ik kan mijn waadschoenen niet meer zien, maar ik ontdek dat aan de lijzijde van elk puntje het water vanaf 5 meter uit de kust nog helder is. Tegen de wind in werpen lukt niet meer, rugwaarts nog wel. Als ik de lijn op tijd opneem grijpt de haak geen wier, ik voel één of twee twijfelachtige hangers, kan geep zijn… Dan, de zon is al onder, slaat een zeeforel op de vlieg: 72 cm aan 3,9 kg…
Ik vis nog verder, maar bij elke worp met de rug naar zee zie ik de vis glanzend in het laatste licht op het strand liggen. Ik strek mijn arm op ooghoogte; hij ligt 2 vingers boven de waterlijn. Nog 10 worpen. Nee, stop, nu. Ik fiets naar huis, Vera neemt zo goed als slapend een foto. Ik weet waar Jan woont. Morgen ga ik het hem vertellen
Namens mij Jan nog eens enorm bedankt voor je herkenbare verhaal, veel succes met het IMAGO waadpak en dat er nog maar heel veel mooie avonden mogen volgen in de komende jaren.
TL Arjan Maat







